Mijn ogen
zijn getuigen die nooit getuigen.
Mijn ogen herinneren zich in stilte.
Mijn ogen kennen gebieden die alles wat ze gezien hebben in
de ruimte van de vergetelheid laten afdalen.
Alleen het wit kan de rol vervullen van het ontwaken van dat
wat vergeten is.
Alles dat verschijnt herken ik en benoem ik zonder woorden.
Door het wit in te kleuren.
Het wit verdwijnt in de verschijning van een wereld die anderen
anders zouden benoemen dan ik.
Op een bepaald moment zijn mijn tekens en symbolen niet langer
van mij.
Hun bestaan is van anderen afhankelijk.
Dat scheidingsmoment brengt mij in verrukking.
Tafil
Musovic
Amsterdam, 2004
|